Helden heb ik niet. Hooguit mensen die me inspireren, een
rolmodel zijn. Gelukkig heb ik er velen in kleine kring, vrienden,
medestanders, partners en collega’s.
Maar ook ik heb er een paar ‘bekenden’
tussen zitten, waar ik graag van mag leren. John de Mol, bijvoorbeeld. Wat een
visionair. Wat een dadendrang. En wat een heerlijke eigenwijze olifantenhuid.
Maar ook
Derk Sauer,
Richard Branson en Eckart Wintzen kunnen zich in mijn stiekeme belangstelling
verheugen.
Niet voor niets ondernemers die alle vier bezig zijn op het snijvlak van media, publiciteit, ICT en productontwikkeling – daar ligt nu eenmaal ook mijn passie.
Afgelopen donderdag was ik op uitnodiging van de ABN AMRO
bank (ik kan er niets aan doen, maar ik moet nog altijd terugdenken aan die
beroemde campagne midden jaren ’90 met in mijn ogen nog steeds de beste
themaregel voor een bank ooit, simpelweg: De
Bank) in Ede-Wageningen op een congres over Duurzaam Ondernemen, voluit: “het 7e
Nationaal Sustainability Congres
2006".
Het was een vermoeiende dag. Slecht georganiseerd. En wat was ik blij dat ik die 400 euro niet zelf hoefde te betalen.
We begonnen met Ruud Lubbers. Altijd wel handig voor een grap of 3, maar veel zinnigs kwam er niet uit. Daarna zag ik een van de meest beschamende vertoningen ooit: de CEO van Exxon Mobile, Joost van Roost. Kan er voor die man geen mediatraining af? Een zouteloos en veel te lang PR verhaal, duidelijk niet door hemzelf geschreven en wat in de eerste de beste Elevator Pitch op “Mba LOI, les 1, module A” zeker niet had misstaan, ware het niet dat dit 3 kwartier duurde. Aan wie dacht hij eigenlijk zijn bedrijf te moeten verkopen? Wat een blamage.
Gelukkig werd hij opgevolgd door
Na de lunch togen we naar onze Workshops. De after-lunch dip, de warmte en mijn te geklede jasje hielpen niet mee, maar om nou te zeggen dat de eerste twee sprekers me konden boeien..? De eerste –Paul Meulblok van ‘Eco-PR’- was duidelijk net weg bij zijn werkgever Tetra Pak of heeft daar als PR-man ook nooit goed kunnen communiceren. Wat een slap verkooppraatje. Gelukkig ging het er ook niet in, bij de gemiddelde aanwezige.
Nummer 2 deed het al iets beter en liet tenminste zien dat ze kon presenteren. En ga d’r maar aan staan: even voor iemand invallen die niet kan (daarom weet ik haar naam ook niet meer, staat niet in het programmaboekje, wel weet ik dat ze van TNT was).
En toen kwam Eckart.
Geen PowerPoint presentatie. Geen slides. Geen ingestudeerd verhaal. En zo te zien niets echt voorbereid. Gewoon een blaadje met wat aantekeningen: hier onderscheiden zich de jongens van de mannen. Niet alleen omdat-ie het publiek alleen al door zijn persoonlijkheid kon boeien, heen en weer lopend voor de tafel, gebarend, grappen makend, charmerend. Maar vooral ook om de inhoud van zijn boodschap: “stop nou eens met dingen verbeteren, maar ga eens anders naar zaken kijken”. Bijvoorbeeld: waarom alle TNT auto’s uit gaan rusten met roetfilters als we toch al email hebben? Heerlijk. Zo simpel. En zo waar.
Omdat we inmiddels gewend zijn aan het hoge anekdote gehalte van mijn blog, kan ik het niet laten. Komt er weer een:
Eckart heeft mij al –incluis afgelopen donderdag- al 3 geinspireerd. Ooit mocht ik bij hem aan tafel schuiven, in Austerlitz. Ik was voor een zekere Stichting op zoek naar een financiering van 500K, waar mijn bureau 100K van zou kunnen gebruiken om te starten. Die Stichting is inmiddels ter ziele (en gelukkig had ik me er nog niet officieel aan gelieerd), en Eckart zag dat al aankomen.
Hij begon de sessie met: “heren, jullie hebben 10 minuten”. Ik liet de eer aan mijn gesprekspartner, en die lulde zich een half uur lang in nevelen. Tenenkrommend zag ik het gebeuren. Toen Eckart het ook niet meer trok, greep ie in. “Oke”, zei hij, “ik vind het niks”. Hij keek ons aan en zei: “Dus als ik jou was, T., dan zou ik weer muziekles gaan geven. En jij Herbert, jij gaat gewoon weer reclamemaken”. Eenmaal buiten drong het niet alleen tot me door dat-ie gelijkhad, maar vooral hoe die gelijk had. Een sigaretje rokend bij de auto, besloot ik ter plekke The Buccaneers alleen te gaan doen, en dan maar zelf alle risico’s te gaan nemen. Waarvan akte.
De tweede keer benaderde ik hem voor een achtergestelde lening van 50.000 euro. Die weigerde hij, onder het motto: “dienstverleners moeten hun eigen broek ophouden en dat lukt jou wel”.
Again: waarvan akte. En – het moet gezegd- ik verdenk hem er nog altijd van dat-ie me geholpen heeft om The Buccaneers succesvol aan tafel te krijgen bij Greenwheels, onze tweede grote potentiele klant, waarin hij wel investeert.
Al met al weer een succesvolle dag, waardoor ik vol energie en daadkracht nog even een nieuwe lead te pakken kreeg bij de borrel (+ twee fabrieksbitterballen). Wie dat is, vertel ik na 31 maart, als ze hun handtekening gezet hebben. Ik ga ze namelijk nog even afpakken van hun huidige bureau, en dat ligt gevoelig op dit soort weblogs, heb ik inmiddels begrepen.

