Hoeveel kan er in 6 dagen gebeuren? Hoeveel trekt 1
ondernemer?
Dacht ik inmiddels al een paar keer sinds het begin van dit
blog “heftiger kan het niet worden”, ik heb me weer eens vergist.
Bijgaand plaatje kwam ik tegen via ‘google, afbeeldingen,
‘holy shit’, en ik moest er wel om lachen (dat kan nu namelijk weer).
Ik kocht de foto ooit ingelijst op straat in New York en ik
herinner me nog dat er onder stond: “Tony waits patiently to kill…”of zoiets.
Hij heeft jaren bij Maarten en mij op de kamer gehangen bij
alle bureau’s waar we vroeger samen vrolijk heen ‘job-hopten’. Geloof me:
afgelopen maandag voelde ik me precies zoals Tony er nu bij zit op de foto.
Leeg. Uitgeput. Gefrusteerd. Moe.
Een wandelend tijdbommetje. Eigenlijk raar, want het gaat behoorlijk goed met The Buccaneers. Om niet te zeggen: fantastisch.
Maar wellicht was dat juist het probleem. Ik zag namelijk ook donders goed dat het zo niet langer ging.
Hoe beter het ging met The Buccaneers, hoe geïrriteerder ik werd.
Raar. Je zou er feitelijk heel blij van moeten worden dat je plannen bestaansrecht blijken te hebben en dat er markt is voor zo’n concept.
Je (lees: ik) zou er blij van moeten worden dat de klanten nu op ons afkomen, dat ik over een paar weken een lange neus naar de bank kan trekken, dat we bijna omkomen in de media-aandacht en dat de klussen en projecten zich opstapelen.
En toch begon die maandag zo zwart.
Een paar weken geleden werd ik gebeld door Wouter Pelser, van ‘Food for thought’. Food for Thought is een clubje gelijkgestemden dat eens in de 3 maanden ‘s avonds bij elkaar komt en zo’n avond graag laat voorzitten door iemand wiens verhaal ze willen horen – om diverse redenen. Zulk soort clubjes, daar zijn er meer van. En het idee voor dat soort clubjes wordt natuurlijk vaker geopperd, in de kroeg of aan een tafel met vrienden na een goed maal. En veel wijn. Maar wat me opviel aan ‘Food for thought’ – als Google geld zou vragen zou ik een van hun lucratiefste klanten zijn, denk ik- was haar serieuze karakter. Al 6 jaar lang hielden ze het vol en het gezelschap was divers.
Dat leek me dus wel wat. Die afspraak stond voor dinsdagavond 8 maart.
Maar hoe dichter we bij dinsdagavond kwamen, hoe meer ik me begon af te vragen wat ik daar nou op die avond ging staan te vertellen.
Een mooi verhaal over hoe fantastisch het allemaal wel niet was? Nee, liever niet. Want zo fantastisch vond ik het allemaal niet.
Ik baalde overal van. Klanten die niet snel genoeg betaalden. Klussen die niet lekker genoeg liepen. Mensen die niet deden wat ik wilde.
En ondertussen had ik het gevoel dat ik alles zelf moest doen, overal zelf aan moest denken en achter alle feiten aanhijgde.
Op maandag ontplofte ik.
En na een lange tirade over wat ik allemaal niet goed vond gaan, daalde het stof neer.
Terwijl het neerdaalde, besefte ik: het ligt allemaal maar aan één iemand. Ik kan maar één iemand de schuld geven. Ik kan maar naar één iemand wijzen. Mezelf. Mio. Mwoi. Id, ego, superego. Ik, zei de gek.
Ik ben namelijk
Toen ik dat besefte, brak de zon door. En is die blijven schijnen – de hele week door.
We hebben knopen doorgehakt en ferme ook. Er komt een nieuwe partner bij. Iemand die niet alleen een groot netwerk meebrengt, initiatiefrijk is, conceptueel sterk is op een gebied waar we tot nu toe nog wat blinde vlekken hadden, zich uit de naad werkt en energie en plezier uitstraalt, maar ook nog eens iets meebrengt dat tot nu toe node miste: het denken in processen en structuren. Deze week zal ik hem aankondigen, want ik vind dat hij een aparte blog verdient.
Die dinsdag, in de aanloop naar de Food for Thougt avond, begon The Buccaneers, deel 2. Minder afhankelijk van mij. Beter ingericht op de toekomst. Niet meer zo startend als we waren. En vele malen professioneler. Die dinsdag begon toevallig *kuch* ook Annemarie Appelman, onze nieuwe stagiare en stonden er opeens vier Ikea tafels en daarmee 10 werkplekken.
Die avond, ten overstaan van de leden van Food For Thougt, wist ik dat de shit was opgeruimd. Het werd een bijna heilige avond – alles klopte. Eindelijk.


